Alle blogs

Wat als de wereld alle smaken zou proeven

Blogs — 12 november 2020
Door Janet Lie

Sharing is caring!

Janet Lie is journalist voor Brandpunt+. Ze schreef eerder voor NRC, Vice en Het Parool.

Volg Janet Lie op Instagram

Toen ik klein was, was zondag mijn favoriete dag. Vaak ging ik dan met mijn familie dim sum eten op de Zeedijk in Amsterdam, waar Chinese restaurants in overvloed waren. Op een grote ronde tafel werden dumplings, soep en rijst sticks geserveerd. Of het nou een bruiloft, baby shower, verjaardag of begrafenis is – in de Chinese cultuur is eten de sociale lijm die ons verbindt.

Toen mijn vader me voor het eerst meenam naar een Chinees-Indisch restaurant, raakte ik in de war. Ik herkende geen enkel gerecht. Ik vond het vreemd dat er twee soorten Chinees eten zijn in Nederland, die wéér anders zijn dan het eten dat ik op vakantie in China at. Als kind had ik nog niet door hoe enorm divers de Chinese keuken eigenlijk is.

Geschiedenis bomvol smaken

China heeft een rijke eetgeschiedenis. In 2005 vonden archeologen iets wat een vierduizend jaar oude kom noedels bleek te zijn, gemaakt van gierst. Sojasaus, die Chinezen tweeduizend jaar al gebruikten, is nu ook een onmisbaar product in andere Aziatische landen. Toen Chinezen een paar honderd jaar geleden naar Japan emigreerden, ontstond ramen – nu één van de beroemdste gerechten uit Japan.

China is een enorm land met verschillende klimaten: regenwouden, woestijnen, zoutmeren, graslanden en gebergtes. Daarom bestaat er niet één Chinese keuken, maar acht. In de kustprovincie Fujian bijvoorbeeld wordt veel meer vis en bamboe gegeten. In Nederland kennen we vooral de Kantonese keuken – beroemd om hun dim sum – en de Sichuanese keuken – een pittige cuisine waar de rode chilipepers in je soep drijven.

Chinees eten is in elk land te vinden. Er zijn meer dan vijftig miljoen Chinezen buiten China – velen openden restaurants, met gerechten die zijn aangepast aan de lokale bevolking. In Amerika heb je General Tso kip (gefrituurde kip met zoete saus) en chop suey (vlees in een mix van groenten). In Australië serveren dim sum-restaurants mango pannenkoeken: een soort zoete loempia gemaakt van custard.

Chinees-Indische keuken: typisch Hollands

Terug naar Nederland. Rond 1900 kwamen de eerste Chinezen naar Nederland, die door de Stoomvaart Maatschappij Nederland werden geworven als goedkope arbeidskrachten. In de jaren twintig werden de eerste Chinese restaurants geopend, waar vooral Chinese arbeiders kwamen die de smaak van thuis misten. Maar rond 1930 werden velen van hen ontslagen door de Stoomvaartmaatschappij. Omdat ze voor de staat vreemdelingen waren, kregen ze geen financiële hulp en belandden ze in armoede. Sommigen verkochten op straat zelfgebakken pinda koekjes om te kunnen overleven. Hier komt het scheldwoord ‘pinda-Chinees’ vandaan.

De Chinees-Indische keuken, zoals we die vandaag kennen, ontstond na de Tweede Wereldoorlog. Toen Nederlandse militairen terugkwamen van Indonesië, misten ze het eten. Tegelijkertijd vestigden veel Indische Nederlanders zich hier. Veel Chinese restaurants namen Indische koks in dienst die gerechten zoals gado gado konden maken. Wel pasten ze de gerechten aan aan de Nederlandse smaak: minder pittig, meer toegevoegde vet, en grotere porties. Chinees-Indische restaurants werden een succes en verspreidden zich razendsnel door heel Nederland.

De Chinees-Indische keuken is dus typisch Nederland, met gerechten die je niet in China of het huidige Indonesië kan vinden. Het ontstond door een overlevingsmechanisme van Chinese immigranten en Indische Nederlanders die een nieuw leven wilden opbouwen.

Culturele toe-eigening

Steeds meer niet-Aziatische restaurants serveren Aziatische gerechten, waardoor er vaak gesproken wordt over culturele toe-eigening. Deze discussie veroorzaakt soms verwarring, omdat de grens tussen culturele toe-eigening en culturele appreciatie niet altijd duidelijk is. Culturele uitwisseling zijn belangrijk voor een inclusieve, diverse maatschappij. Iets lenen is niet per sé slecht: kijk maar naar de Japanse ramen en de Chinees-Indische keuken. Het wordt echter een probleem wanneer deze waardering omslaat in exotisering, waarbij de andere cultuur als ‘exotisch’ en ‘vreemd’ wordt weggezet.

Een voorbeeld is toen restaurant Happyhappyjoyjoy – die Chinese, Japanse en Thaise gerechtjes serveert – een racistische cartoon van een Aziaat als reclame gebruikte op Instagram. Vorig jaar opende een wit stel een prijzig Chinees restaurant in New York die ze aanprezen als ‘gezond’ en ‘clean’, in tegenstelling tot eten gemaakt door ‘de Chinees’. In beide gevallen wordt er neergekeken op de bron die hen geld in het laatje brengt.

Dit klinken misschien als kleine dingetjes, maar voor mij voelt het raar. Ik ben vaak uitgescholden voor ‘loempia’, ‘pinda’ en ‘babi pangang’ – doodnormale gerechten, maar door de venijnigheid in het schelden besefte ik als kleuter al dat ik me moest schamen om mijn ‘anders’ zijn en om het eten dat door mijn mensen wordt geserveerd. Nog steeds wordt er neergekeken op ‘de Chinees’: immigranten die (vaak voor weinig geld) jarenlang zwoegen om hun kinderen een betere toekomst te geven in Nederland. Wanneer witte restaurateurs deze gerechten namaken – vaak met een veel duurder prijskaartje – dan voelt het wrang.

Ik hoop daarom dat dit verhaal mensen nieuwsgierig maakt naar traditioneel Chinees eten. Het is ongelooflijk divers: als je het één niet lekker vindt, dan weet ik zeker dat er gerechten zijn waar je wél van gaat watertanden. Zelfs voor mij, iemand die opgroeide met de Kantonese cuisine, is er een wereld aan nieuwe geuren, texturen en kookstijlen opengegaan. Ik vraag me daarom af: wat als de wereld alle smaken zou proeven?

Interessante accounts om te volgen van Nederlandse bodem:

Maimaicollective

Kind of Asian Cooking

The Indigo Kitchen

Meer dan Babi Pangang

The korean vegan

Interessant om te kijken:

Streetfood Asia ( Netflix )

Midnight diner – Tokyo stories ( Netflix )

Complicity ( Kei Chikaura )

A bite of China ( Chen Xiaoqing )