Alle blogs

Een column in de Flair

Blogs — 15 februari 2020
Door Miljuschka Witzenhausen

Sharing is caring!

‘Doe waar je blij van wordt, want je moet het een leven lang doen.’ zei mijn moeder altijd tegen me. Ze heeft me nooit een verwachting opgelegd. Toen ik na de basisschool mijn keuze maakte voor het Vossius Gymnasium, was ze daar trots op. Maar ze vond het ook prima als ik een beroepsopleiding zou volgen. De liefde voor koken zat er destijds al in dus de koksopleiding trok enorm. 

Dom

Het werd toch het gymnasium. Achteraf denk ik omdat ik werd gestuurd door een interne druk om me te bewijzen. In groep drie van de basisschool struikelde ik al over het leren schrijven van mijn eigen naam. Nu zou je denken dat dat niet zo verwonderlijk is met mijn naam, maar de oorzaak zat dieper. Ik kon niet mee komen met de andere kinderen van de klas. Als ik een leesbeurt kreeg, veranderde ik ‘Pim zat op een roos’ in ‘Kees gaat naar de bioscoop.’ Ik raadde maar wat. Ik had geen idee wat er stond. Ik voelde dat ik anders was dan de andere kinderen. Dommer. 

Mijn moeder zag het met lede ogen aan en probeerde van alles om mij te helpen. Ieder woordje dat ik kon lezen werd gevierd. We zijn zelfs eens samen met de nachttrein naar Disneyland Parijs gegaan. Maar ik ging weinig vooruit. Ik bleef zitten in Groep drie van de basisschool. ‘Ik wil doohoood!’, had ik huilend tegen mijn moeder geschreeuwd.  

Dyslexie

Opnieuw Groep drie doen bleek ook geen oplossing en de directrice wilde mij naar de lom-school sturen. Ondertussen kwam mijn moeder achter het bestaan van een instituut voor leesproblemen. Ze liet mij daar testen en eindelijk wist ik wat er mis was met mij. Ik was niet dom. Ik had dyslexie. Ik was zo blij. En er was meer goed nieuws. Het instituut kon mij wel leren lezen en schrijven en ik kreeg aan het einde van de basisschool zelfs een Gymnasiumadvies. Bij de uitreiking van mijn diploma had ik iedereen bewezen dat ik niet dom was.    

Vanaf het moment dat ik mijn kids heb gekregen, verdween de drang te bewijzen dat ik niet dom was. Ik kwam dichter bij mezelf dan ooit en ben gaan doen waar ik blij van word; koken. 

Kortgeleden belde ik mijn moeder. ‘Mam, ik mag een column voor de Flair schrijven.’ ‘De Flair!’, sloeg ze onmiddellijk aan. Het was het tijdschrift dat ze elke week kocht. Zij de Flair en voor mij de Donald Duck. Veel plaatjes, weinig woordjes. Mama sloeg geen week het Dagboek van Mieke van Maerle over. Ze vond het heerlijk afgeleid te worden van haar eigen beslommeringen door te lezen over de alledaagse dingen in het leven van een andere vrouw.   

Nu mag ik dat doen. En nu mag ik jullie wekelijkse een kijkje in mijn keuken geven. Jullie toe laten in de rollercoaster van het moederschap, deelgenoot maken van mijn constante verlangen naar eten en soms chaotische bestaan. Ik voel me vereerd. 

‘Had je dat ooit verwacht, mam? Ik columniste voor de Flair? Niet slecht toch voor een dyslect?’

Deze column verscheen eerder in de Flair (2018)